Het gaat goed... maar ik durf het nog niet te vertrouwen

Over het ongemak van rust


Marieke staat in de bak bij de paarden. Het is een zonnige middag en de rust is bijna tastbaar. Blossom, een rustige merrie van de paardencoach, staat los in de ruimte. Marieke ademt diep in en merkt iets op wat haar verrast: het gaat eigenlijk best goed met haar.

Ze voelt meer ruimte in haar hoofd. Minder spanning in haar lijf. Meer helderheid. En juist op het moment dat ze dat beseft, verschijnt er een bekende gedachte: dit voelt fijn, maar hoe lang blijft dit zo?
Alsof haar systeem alvast vooruit wil lopen op wat er mis kan gaan.

Marieke’s naam is fictief, maar het patroon dat zij ervaart is dat allerminst.



Veel mensen herkennen dit moment. Het gaat beter, soms zelfs goed, en toch durft het lichaam daar nog niet in mee te gaan. Er blijft een lichte alertheid, een spanning onder de oppervlakte. Alsof ontspanning gevaarlijk is. Alsof het goede elk moment weer kan verdwijnen.

Psychologisch gezien is dit een heel logisch patroon. Wanneer iemand in het verleden heeft meegemaakt dat rustige of fijne periodes onverwacht omsloegen in spanning, verlies of pijn, leert het brein een belangrijke les: goed betekent niet automatisch veilig. Het zenuwstelsel past zich daarop aan en blijft waakzaam, ook als daar in het heden geen directe reden meer voor is. Niet omdat iemand niet wil vertrouwen, maar omdat het lichaam ooit heeft geleerd dat alert blijven bescherming bood.

Bij Marieke zie je dat terug in kleine signalen. Haar schouders blijven net iets opgetrokken. Haar ademhaling is hoog. Ze staat stil in de bak, maar van binnen is er onrust. Blossom reageert daarop. Het paard wordt alerter, verplaatst haar gewicht, houdt Marieke in de gaten. Niet omdat er iets mis is, maar omdat paarden feilloos reageren op spanning in het hier en nu.

Dit is waar praten alleen vaak niet voldoende is. Want Marieke weet rationeel best dat het nu beter gaat. Ze weet dat ze gegroeid is. Maar haar lijf vertelt haar iets anders.

Ook vanuit systemisch perspectief is dat goed te begrijpen. Veel mensen die dit patroon herkennen, zijn opgegroeid in een omgeving waarin veiligheid onvoorspelbaar was. Rust kon plotseling omslaan in spanning. Over emoties werd vaak niet gesproken. Als kind leer je dan impliciet dat ontspannen riskant is. Dat je maar beter kunt opletten. Soms speelt ook loyaliteit een rol. Alsof het niet helemaal klopt dat het jou nu wél goed gaat, terwijl het vroeger of in je omgeving zo anders was. Rust kan dan onbewust voelen als iets wat je eigenlijk niet mag ervaren.

In de bak gebeurt iets interessants. De paardencoach nodigt Marieke uit om niets te doen en niet te verklaren. Alleen te voelen wat er gebeurt nu het rustig is. Marieke merkt hoe ongemakkelijk dat eigenlijk is. Ze wil iets doen. Iets zeggen. Iets controleren. Maar ze blijft staan.

Ze zegt hardop: het gaat goed en tegelijk ben ik bang dat het weer misgaat.

Er gebeurt niets dramatisch. Blossom zucht, zakt iets in haar houding en blijft staan. De spanning neemt af. Marieke voelt haar adem zakken. Dit moment is belangrijk. Haar lichaam ervaart dat angst aanwezig mag zijn zonder dat er direct iets hoeft te gebeuren. Dat ontspanning niet meteen gevolgd wordt door gevaar.

Dit is vaak de kern van het doorbreken van dit patroon. Niet door te proberen de angst weg te nemen. Niet door te overtuigen dat het nu echt anders is. Maar ervaren dat je bij het goede kunt blijven, ook als het spannend voelt.

Echt vertrouwen gaat niet over de zekerheid dat het nooit meer misgaat. Dat bestaat niet. Volwassen vertrouwen gaat over weten dat je kunt omgaan met wat zich aandient. Dat je niet meer het kind bent dat afhankelijk is van omstandigheden, maar een volwassene die kan waarnemen, kiezen en bijsturen.

Aan het einde van de sessie neemt Blossom even afstand en komt daarna uit zichzelf weer dichterbij. Marieke beweegt niet. Ze blijft staan. Dit beeld raakt haar. Het laat haar voelen dat contact niet verdwijnt als je loslaat. Dat veiligheid niet zit in controle, maar in verbinding. Met jezelf en met de ander.

Wanneer iemand zegt: het gaat goed, maar ik durf het nog niet te vertrouwen, dan zegt diegene eigenlijk: ik ben opnieuw aan het leren wat veiligheid is.

Dat is geen stap terug. Dat is een enorme sprong voorwaarts.

Het mag goed gaan, ook als je nog niet weet hoe het verder gaat. En als het weer lastig wordt, kun je erbij blijven. Dat besef, dat voelbare vertrouwen, is vaak veel krachtiger dan welke geruststelling dan ook.